Corona. The only way out is in.

Woensdag 20 mei 2020
Deze tekst is nog in ontwikkeling, het is de draft, maar lees gerust wat er al is...

(Leestijd: 2 uur als je ook alle links bestudeert)

Zoveel is duidelijk. Een wetenschappelijke opleiding in de biochemie, de virologie en de medische wetenschappen is niet te verloochenen. Een loopbaan in de wetenschapscommunicatie al evenmin.

Ook al rondde ik het labowerk af na de verdediging van mijn doctoraat in 2004 en hing ik mijn jas van wetenschapscommunicator tien jaar later aan de kapstok, het blijft kriebelen. Ik word getriggerd. Vooral wanneer er interessante artikelen te lezen zijn die stilstaan bij de complexiteit van wetenschappelijk onderzoek, ik vreemde invullingen van maatregelen zie opduiken in de maatschappij en wanneer ik voel dat nuancering aan de orde is.

Vorig weekend passeerde er wel wat op mijn scherm waarmee ik me verbind met de buitenwereld. Het kaf van het koren scheiden, dat is 's morgens mijn eerste bezigheid. Vervolgens zoom ik in. Want tegenwoordig passeert er dagelijks wel interessant leesvoer voor mijn hongerig brein dat graag de complexiteit induikt. Ik neem je even met me mee in mijn lezen, mijn denken, mijn zoeken. Wandel gerust met me mee.

'The only way out in is'. Dit blogartikel is een pleidooi voor het willen onder ogen zien van de complexiteit. Geen genoegen nemen met simplistische krantenkoppen die eerder gericht zijn op business (verkopen van zoveel mogelijk kranten) dan op het communiceren van de essentie (het niet weten). Laten we er samen induiken, de complexiteit omarmen, de multidisciplinaiteit mogelijk maken, de veelstemmigheid verwelkomen.


Overweging 1: Geduld is een schone deugd. 

Tegen het najaar hebben we een vaccin! Een leuze die de valse hoop op een verraderlijke manier de wereld injaagt. Ikzelf geloof dat niet. Ik begrijp wel dat we dat willen, als maatschappij. Dat we dat willen als mens. Maar ik geloof niet dat we dat kunnen. Toch niet op 1-2-3. Immers. Good science requires time. And a good vaccine definitely does.

Als het over vaccinaties gaat ben ik eerder kritisch. Vaccins, zijn net als antibiotica, wondergeneesmiddelen bedacht door de moderne geneeskunde. Maar, zorgvuldigheid is essentieel. Elke medaille heeft immers ook zijn keerzijde. Niet elk vaccin is even schitterend, niet elke organisme reageert daarop zoals verwacht en de verhoopte immuunrespons blijft soms uit. Hetzelfde met antibiotica. Teveel van het goede is zelden goed. En de overlevingsdrang van bepaalde ziektekiemen is zo groot dat ze veranderen in pathogene ziekenhuisbacteriën, de schrik van elk gerenommeerd universitair ziekenhuis. Wat niet wil zeggen, dat antibiotica en vaccins hun waarde hebben. Dat hoor je me niet zeggen. Maar enige vorm van nuancering is hier toch wel op zijn plaats.

Nuancering brengen naar de grote massa is natuurlijk niet makkelijk. Twijfel zaait angst. Angst zaait verlamming. En wat dan gedaan?

Om te komen tot een goed vaccin is er tijd nodig. Tijd om op een gedegen wijze de wetenschappelijke vraagstelling te benaderen en experimenten in te zetten die de beginhypothese pogen te bewijzen of (en graag ook) tegen te spreken. Ik herinner me de periode van mijn doctoraat. Een doctoraat in de medische wetenschappen is 'hands on'. Papers lezen, dat doe je na de uren. Maar tijdens de uren, van 9 tot 18u (en vaak ook langer), sta je met beide voeten in het labo. En je handen, die pipetteren. Je zorgt voor cellen, je doet wat nodig is. Ik cloneerde DNA, maakte virale vectoren, transfecteerde cellen, onderzocht het effect daarvan, telde positieve cellen. En dan begon ik opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Meer dan de helft van de tijd, mislukten de experimenten. De clonering mislukte, de cellen gingen dood, de vector bleek toxisch. Het leek wel de wet van Murphy.

Als vers-opgeleide student, een jonge twintiger, was ik daar niet goed tegen opgewassen. De mannen waren daar beter in. Maar de meeste van mijn vrouwelijke collega's die verloren zich in zelf-twijfel. Ben ik wel goed genoeg voor deze job? Doe ik iets fout? Een vaakgehoord narratief in het labo. Want tussen het pipetteren door was er wel altijd tijd voor een fijne babbel. Vooral in het P2-labo, waar ik leerde hoe ik steriel diende te werken. Met labojas, overschoenen, mondmasker en twee paar handschoenen. Het doel van die outfit was tweeërlei. Beschermen van mezelf tegen de infectieuze partikeltjes waar ik mee werkte. Bescherming van de cellen tegen de 'gewone' kiemen die ik als mens op me droeg.

Na 5 jaar labowerk, dag in dag uit pipetteren, vallen en opstaan, vloeken en juichen, slaagde ik erin om 3 artikelen te publiceren. Waarvan eentje als gedeelde eerste auteur. En pas dan ben je die PhD-titel waardig. Het was een lastig parcours. En als ik er nu achteraf op terugblik was het voor mij vooral lastig omdat ik het moeilijk vond om om te gaan met de traagheid van het onderzoeksproces. De zovele mislukte experimenten. De twijfel, de zelftwijfel, de moedeloosheid, de frustratie. Maar de omgeving was warm, de begeleiding was hartelijk, de community was steunend. Leven in laboland, het leek net een soap. Een bonte boel wetenschappers onder elkaar, intriges, verhaallijnen, roddels, plezier, gezelligheid, liefde en leed, we deelden het met elkaar. En elk doctoraat was een feest, want weer had één van ons het geflikt. De moeizame weg gegaan, door de frustratie heen, de experimenten aan elkaar schrijven tot een thesis, de zenuwslopende verdediging en dan eindelijk, het feest.

Als ik dan lees dat we dit najaar al een vaccin gaan hebben, dan denk ik twee dingen. (1) Met hoeveel labo's werken we hieraan en hoe goed werken die labo's samen? (2) En wat weten we uit ervaring over het ontwerpen van vaccins tegen enkelstrengige RNA-virussen. Is dat een makkelijk proces of eerder een lastige route?

En toen las ik dit: ‘You’re seeing papers published in the world’s leading medical journals that probably shouldn’t have even been accepted in the world’s worst medical journals.’ En ik dacht (vaak denk ik in het Engels): If we can’t rely on the quality of the peer-review-process to publish scientific data, then I think we face a huge problem.'

Wetenschappers die momenteel werken op een vaccin tegen corona, ik denk niet dat dat een rustige job is. Die mensen moeten zich opgejaagd voelen. Immers, er staat zoveel op het spel. Scholen staan leeg en ondernemers staan op de rand van het bankroet. De kwetsbare systemen in onze samenleving staan onder druk. De meeste wetenschappelijk onderzoekers zijn nogal behoorlijk idealistisch van aard. Ze gaan onderzoek doen om de mensheid vooruit te helpen. Ze zijn gevoelig voor onrecht, voor medisch lijden en doen wat ze kunnen om een positieve bijdrage te leveren in een systeem waarin ze zich zelden thuisvoelen.

Het is een Darwinistisch systeem van 'survival of the fittest', publish or perish, strijd tussen labo's (zelfs binnen dezelfde universiteit). Dat verdroeg ik niet zo goed. Daarop stapte ik er zelf uit. Maar toegegeven, het zit bijzonder ingenieus in mekaar. Want je kan niet zomaar publiceren wat je wil. Heel anders dan op facebook of voor onze machtige mediabonzen, gelden hier strikte protocols en regels. En net die protocols bewaken de betrouwbaarheid van de gepubliceerde data. Als dàt systeem ineenstuikt, dan stuikt alles in elkaar. De basis van wetenschappelijk onderzoek, de essentie van credibiliteit.

Als politiek en media het vuur aan de wetenschappelijke schenen leggen, dan ben ik bang. Want als er iets is dat overeind moet blijven, dan is het wel de wetenschappelijke onderzoeksmethode die start met feiten en observaties, nauwkeurige waarneming, herhalen van experimenten waardoor zorgvuldige statistiek mogelijk wordt. En pas dan omschrijf je je resultaten. In de discussie leg je jouw resultaten naast die van andere onderzoekers, zowel de ja-stemmen, als de nee-stemmen. En als je start-hypothese dàn nog overeind staat, dan heb je recht van spreken. Dan formuleer je, heel voorzichtig én genuanceerd, je conclusie. En dàn pas stuur je je paper (de draft) op naar een journal, waar een comité van reviewers, eveneens werkzaam in jouw domein (experten dus), jouw paper screent en beoordeelt. De paper wordt aanvaard of niet. En als hij al aanvaard woordt, volgen vaak ook nog enkele feedbackrondes. Je wordt weer naar je pipettor gekatapulteerd, het labo in, en moet toch weer wat exta experimenten doen. Dan begint het weer van voor af aan. Waarmee ik wil zeggen: publiceren van wetenschappelijke data, het gaat niet over 1 nacht ijs.

Meer dan 90% van de teksten die je in de media ziet verschijnen hebben dit proces nog niet doorlopen. Onmogelijk. het virus is voor het eerst gesignaleerd op 31 december 2019. Vandaar ook zijn/haar naam: COVID-19.

Hoe betrouwbaar is de informatie dan die we dagelijks voorgeschoteld krijgen?
Wat denk je zelf?

Lees meer over 'The ugly, complicated, dark side of science'


Overweging 2: Langdurig en consequent meten

De oversterfte in kaart brengen. 

Hoe meer we getallen relateren met andere getallen, hoe veelzeggender ze worden. Pas als we dit gedurende een lange periode op consequente wijze doen, kunnen we de langetermijneffecten van een bepaalde strategie op een wetenschappelijke wijze analyseren en evalueren. 

Het is niet aan de media om aan statistiek te doen, dat is het werk van de wetenschap. Het voeren van gedegen wetenschappelijk onderzoek vergt tijd, geduld is een schone deugd en ik kijk reikhalzend uit naar de relatie tussen volgende parameters: ‘mate van lockdown’, ‘oversterfte’ en ‘antistoffentiters van de bevolking’ - zowel IgM of de early response antistoffen als IgG, de antistoffen die verschijnen bij een permanente immuunrespons). Nog niet voor direct, maar wellicht op komst, dit soort van interessante grafieken. 

 Go go go voor al onze labo’s!


Overweging 3: De logica van het virus

Voortschrijdend inzien toont aan dat het virus zich vooral verplaatst via aerosols en dat dus vooral het verluchten van binnenruimtes essentieel is. 

 Een interessant interview met een Nederlandse data-analist. Mij gaf het alvast inzicht in het belang van leeftijdsdifferentiatie bij het formuleren van maatregelen en van het blijven finetunen van die maatregelen.

 Waar de hoofdverhaallijn aanvankelijk ging over het vermijden van direct contact met speeksel, neus- en oogvocht, merk ik dat het discours nu eerder gaat over aerosols en het vermijden van het inademen van het virus. 

Buiten is het risico minimaal, binnen is het minder veilig. Culturen die vooral buitenhuis leven lijken bijna niet getroffen. Culturen die binnenhuis leven zijn zwaarder getroffen.

 Verluchten dus. Zet ramen en deuren wijd open. In treinen, trams en bussen, in scholen, woonzorgcentra, ziekenhuizen, groepspraktijken en ook in je eigen huis. Laat het waaien! Blijf de cijfers zien in een bredere context, ga weg van absolute waarden en blijf denken in procenten!

 (Scoutskampen in de bossen, de kans wordt groter en groter!)

Luister hier naar een interview dat belangrijke nuances blootlegt


Overweging 4: Lange termijn denken


Weldra een nieuw type ’maatregelen’ op komst. Zo gaat dat helaas als we tegen de grenzen van onze systemen botsen. 

Wat dan opmerkelijk is, is dat vele mensen dit soort van maatregelen aan hun laars lappen terwijl ze de maatregelen gelinkt aan Corona consciëntieus naleven. Of hoe een bedreiging ‘veraf’ anders wordt gepercipieerd als een bedreiging ‘dichtbij’. Is in de verte ‘zien’ dan werkelijk zo ‘moeilijk’ voor de mens? Ik vraag me af wanneer ‘ver’ voldoende ‘dichtbij’ zal voelen om te leiden tot radicale gedragsverandering van de grote massa. We weten nu dat de massa hiertoe in staat is als de overheid dit afdwingt, haar expertencomités au sérieux neemt en hen een doorslaggevende stem geeft in het bepalen van het beleid. Deze strategie heeft zijn succes bewezen. Op lokaal, internationaal én mondiaal niveau. 

Wat staat er ons nog in de weg? Een gebrek aan kennis? Een slapend bewustzijn? Het ontbreken van moed? Het niet kunnen doorgronden van de complexiteit? De angst om open en eerlijk te spreken over lastige thema’s? Of misschien is het wel gewoon het niet weten waar te beginnen?

Ik zou het ook niet weten. Want elke maatregel schaadt wel iemand. Elke maatregel benadeelt wel iemand. En als mens vinden we het niet fijn om anderen te benadelen. Immers, de meeste mensen deugen. Het vergt een ongelooflijke moed om moeilijke maatregelen te installeren in een samenleving waar vrijheid hoog in het vaandel staat.

 Als jij klimaatminister zou zijn, waar zou jij je schaar in zetten? Vliegtuigen aan de grond houden en treinpremies installeren? Het wagenpark volledig elektrisch maken en transportpremies formuleren? Burgers verplichten om hun huizen perfect te isoleren en isoleerpremies uitschrijven? Bedrijven viseren en hen dwingen om 100% klimaatneutraal te worden? Gratis openbaar vervoer? Plastiek weren uit de supermarkt? Zeëen reinigen? Het regenwoud intact laten? Natuurlijke tuinen?

 Keuze te over, lijkt me zo. Maar makkelijk is het niet. Ik zou het niet direct weten, hoe je aan zo’n spel begint. Maar ik zou er mijn hoofd wel over breken, als ik die taak zou hebben. En ik zou ook bang zijn, bang om beschimpt te worden, weggelachen door grote spelers, geen draagvlak te voelen voor mijn visie. Dus ja, ik begrijp het wel, dat het maar langzaamaan kan veranderen. Ook al heb ik het liever anders. Sneller vooral. En doortastend. Want het is wél urgent. Misschien iets minder dringend dan Corona. Maar zóveel keer belangrijker. Op lange termijn dan toch.






Corona. The only way out is in.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x